ECLI:NL:RBDHA:2023:1949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische vreemdeling wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Somalische nationaliteitdragende vreemdeling, verzocht asiel met het argument dat hij door Al-Shabaab was bedreigd nadat hij weigerde leden van deze groepering te vervoeren. Hij stelde dat leden van Al-Shabaab zijn vader en broer hadden vermoord, en dat hij vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer naar Somalië.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onbetrouwbaarheid van het asielrelaas. De rechtbank bevestigt dit oordeel na beoordeling van de inconsistenties in de verklaringen van eiser over de chronologie van bedreigingen, het vervoer en achterlaten van explosieven, en de omstandigheden rond de moord op zijn familieleden. Ook het medische relaas over mishandeling en oogletsel werd niet geloofwaardig bevonden.
Eiser voerde aan dat de tegenstrijdigheden verklaarbaar zijn door correcties en aanvullingen, en dat zijn medische situatie onvoldoende is meegewogen. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom het relaas ongeloofwaardig is, mede gelet op het ontbreken van een bevredigende verklaring voor de wisselende verklaringen en het ontbreken van aanleiding voor aanvullend gehoor.
Ten slotte concludeert de rechtbank dat niet aannemelijk is dat eiser risico loopt zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.