ECLI:NL:RBDHA:2023:19443
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure verblijfsvergunning
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel 'familie en gezin' is afgewezen. De staatssecretaris heeft bepaald dat verzoekster de bezwaarprocedure niet in Nederland mag afwachten en moet terugkeren naar Bosnië, hetgeen aanleiding gaf tot het verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang bij het verzoek, omdat verzoekster anders zou worden uitgezet voordat op het bezwaar is beslist. De staatssecretaris heeft geen verzet aangetekend tegen het verzoek om een voorlopige voorziening voor het niet uitzetten van verzoekster gedurende de bezwaarprocedure.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en bepaalt dat uitzetting achterwege blijft totdat op het bezwaar is beslist. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht van verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor verzoekster niet wordt uitgezet tijdens de bezwaarprocedure.