ECLI:NL:RBDHA:2023:1936

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 januari 2023
Publicatiedatum
21 februari 2023
Zaaknummer
NL22.26316
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolgberoep bewaring ongegrond tegen Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 2 januari 2023 uitspraak gedaan in een vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring die aan eiser was opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser, die stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, die op 8 september 2022 was opgelegd op grond van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel van bewaring al eerder was getoetst en dat de eerdere uitspraak op 24 november 2022 bevestigde dat de maatregel rechtmatig was. Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde in het proces van uitzetting, aangezien er geen recente pogingen waren ondernomen om hem te presenteren bij de Nigeriaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde echter dat de verantwoordelijkheid voor medewerking aan de uitzetting bij eiser ligt en dat verweerder voldoende inspanningen heeft geleverd, ondanks de weigering van eiser om mee te werken.

Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond was en wees het verzoek om schadevergoeding af. De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.G. Nicholson, in aanwezigheid van griffier K.F.K. Hoogbruin, en werd openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.26316
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Lorier).

Procesverloop

Verweerder heeft op 8 september 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1993.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 24 november 2022 (in de zaak NL22.23293) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die
uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Verweerder heeft tot twee keer toe een poging gedaan om eiser persoonlijk te presenteren bij de Nigeriaanse autoriteiten. In de voortgangsrapportage vermeldt verweerder op 7 november 2022 dat als eiser zijn medewerking niet verleent aan een presentatie in persoon, gekeken zal worden of het mogelijk is om eiser vanuit bewaring te presenteren. Niet is gebleken dat verweerder enige actie in die richting heeft ondernomen terwijl de laatste presentatie dateert van 24 november 2022. Dit is al meer dan een maand geleden. Ook is niet gebleken dat verweerde r contact heeft opgenomen met de Nigeriaanse autoriteiten om te overleggen hoe er uit deze patstelling gekomen kan worden. Dit had volgens eiser wel moeten gebeuren. Volgens eiser is de maatregel van bewaring dermate ingrijpend dat van verweerder verwacht mag worden dat hij alles in het werk stelt om het doel van de maatregel te bereiken, te weten: uitzetting. Volgens eiser verricht verweerder onvoldoende inspanningen op dit punt.
5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Op 24 november 2022 stond een presentatie gepland bij de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser heeft (opnieuw) geweigerd om daar zijn medewerking aan te verlenen. Zolang eiser weigert om medewerking te verlenen, kunnen de Nigeriaanse autoriteiten de identiteit en nationaliteit van eiser niet vaststellen en kunnen zij niet overgaan tot afgifte van een reisdocument. Daarnaast voert verweerder regelmatig vertrekgesprekken met eiser, laatstelijk op 16 december 2022. Eiser heeft in dit gesprek te kennen gegeven niet mee te willen werken. Eiser heeft tot op heden geen enkele bereidheid getoond om medewerking te verlenen aan terugkeer naar zijn land van herkomst. Dat mag wel van eiser worden verwacht, omdat op eiser de rechtsplicht rust om Nederland te verlaten. Gelet op bovenstaande concludeert de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. Dat verweerder op dit moment nog geen nieuwe presentatie in persoon heeft gepland, leidt niet tot een ander oordeel.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken op:
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
02 januari 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.