Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nr.] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteithebbende, vroeg een mvv aan voor verblijf bij zijn echtgenote, de referente. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder concludeerde dat de referente niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt. Dit volgde uit het oordeel dat het dienstverband van de referente gefingeerd was.
Verweerder onderzocht het dienstverband aan de hand van een rapport van de Nederlandse Arbeidsinspectie en verklaringen van de referente en haar werkgever. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de referente over haar werkzaamheden niet overeenstemden met de verklaringen van de franchisenemer en werkgever, en dat het dienstverband daardoor ongeloofwaardig was.
Gezien het gefingeerde dienstverband werden de vermeende inkomsten niet meegenomen bij de beoordeling van het middelenvereiste. Ook werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 4:84 van Pro de Awb voor bijzondere omstandigheden. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro viel in het nadeel van eiser uit, mede vanwege het ontbreken van een reëel inkomen en de beperkte duur van het verblijf in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager op 6 december 2023 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens een gefingeerd dienstverband en onvoldoende middelen.