ECLI:NL:RBDHA:2023:19285
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens schijnrelatie bij aanvraag EU/EER-verblijfsdocument
Eiseres, van Surinaamse nationaliteit, heeft sinds 2013 meerdere verblijfsaanvragen gedaan zonder succes. In 2021 diende zij een aanvraag in voor een EU/EER-verblijfsdocument op basis van een relatie met een Franse referent. Verweerder twijfelde aan de echtheid van de relatie en nodigde eiseres en referent meerdere keren uit voor hoorzittingen, waarop zij niet verschenen. Hierdoor werd de aanvraag afgewezen.
Na alsnog een gehoor in juni 2022 handhaafde verweerder het besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat sprake was van een schijnrelatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de verklaringen van eiseres en referent als vaag, tegenstrijdig en onjuist mocht beoordelen, met name over essentiële aspecten van hun relatie.
Eiseres voerde aan dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had ingegaan op de samenhang van indicatoren en dat eerdere verblijfsaanvragen en niet-rechtmatig verblijf niet relevant waren. Deze gronden worden verworpen, evenals het beroep op de Verblijfsrichtlijn. Ook het argument dat de inzet van een Franse tolk tot miscommunicatie leidde wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, aangezien de beslissing op het beroep gelijktijdig is genomen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU/EER-verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.