ECLI:NL:RBDHA:2023:19184
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 31 oktober 2023. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De gemachtigde van de staatssecretaris was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL23.31143) op dezelfde datum is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan op 14 november 2023 door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier K.F.K. Hoogbruin. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.