ECLI:NL:RBDHA:2023:19061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublin-verordening
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublin-verordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet van toepassing is, onder meer vanwege zijn persoonlijke ervaringen met opvang, medische zorg en bescherming in Duitsland. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen voldoet en dat het vertrouwensbeginsel daarom niet wordt doorbroken.
Verder stelde eiser dat zijn medische situatie onvoldoende is onderzocht en dat hij een ausweis heeft ontvangen die terugkeer naar Duitsland zou verhinderen. Ook deze gronden werden ongegrond verklaard omdat eiser geen medische stukken heeft overgelegd en de acceptatie van de claim door Duitsland impliceert dat terugkeer mogelijk is.
De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.