ECLI:NL:RBDHA:2023:19061

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
7 december 2023
Zaaknummer
NL23.30723
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Dublin-III-verordeningArt. 4 Dublin-III-verordeningArrest Jawo (C-163/17)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublin-verordening

De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublin-verordening.

Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet van toepassing is, onder meer vanwege zijn persoonlijke ervaringen met opvang, medische zorg en bescherming in Duitsland. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen voldoet en dat het vertrouwensbeginsel daarom niet wordt doorbroken.

Verder stelde eiser dat zijn medische situatie onvoldoende is onderzocht en dat hij een ausweis heeft ontvangen die terugkeer naar Duitsland zou verhinderen. Ook deze gronden werden ongegrond verklaard omdat eiser geen medische stukken heeft overgelegd en de acceptatie van de claim door Duitsland impliceert dat terugkeer mogelijk is.

De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30723
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).

Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

Interstatelijk vertrouwensbeginsel
1. Eiser voert aan dat ten aanzien van Duitsland niet uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Duitsland heeft bij bericht van 21 juli 2023 de claim van Nederland geaccepteerd. Daarmee heeft Duitsland de volledige verantwoordelijkheid geaccepteerd voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om een herhaalde asielaanvraag in te dienen na de overdracht, een plaats in de opvang en toegang tot medische voorzieningen. In beginsel dient hiervan uit te worden gegaan op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit niet opgaat.
2. In dit geval is niet geschil dat in zijn algemeenheid uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland. En op basis van de persoonlijke ervaringen van eiser bestaat ook geen aanleiding om hier anders over te denken. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij opvang heeft gehad in Duitsland en dat hij niet heeft geprobeerd om aangifte te doen met betrekking tot de problemen met zijn vrienden. Om die reden treffen de stellingen van eiser dat hij geen bescherming kan krijgen van de Duitse autoriteiten, dat hij vreest voor een situatie als bedoeld in het arrest Jawo [1] , dat hij geen eerlijke behandeling van zijn asielaanvraag zal krijgen, dat hij geen opvang zal krijgen en dat hij geen toegang zal krijgen tot medische voorzieningen, geen doel. Deze beroepsgronden slagen daarom niet.

Medische omstandigheden

3. Eiser stelt dat verweerder zijn medische situatie onvoldoende onderzocht heeft. Eiser heeft echter niet onderbouwd waaruit volgt dat verweerder die onderzoeksplicht heeft. Bovendien heeft eiser geen enkel medisch stuk ingebracht ter onderbouwing van zijn medische situatie. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Ausweis
4. Tot slot stelt eiser dat hij een ‘ausweis’ heeft ontvangen in Duitsland en dat hij daarom niet terug kan keren naar Duitsland. Maar uit de acceptatie van de claim blijkt dat eiser terug kan keren naar Duitsland. De beroepsgrond slaagt niet.
Proceskosten
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023 door mr. H. Remerie, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, Jawo tegen Duitsland