ECLI:NL:RBDHA:2023:18962
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Verzoekster, van Russische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf als familie- of gezinslid. Haar bezwaar tegen de afwijzing van deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongegrond verklaard en de afwijzing gehandhaafd.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag (zaaknummer NL23.5774) en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend (zaaknummer NL23.5775). De voorzieningenrechter heeft beide zaken op 1 mei 2023 behandeld in Groningen, waarbij ook een tolk aanwezig was.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan op het beroep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en griffier F. Aissa en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.