ECLI:NL:RBDHA:2023:18948

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 mei 2023
Publicatiedatum
6 december 2023
Zaaknummer
NL23.12844
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring verblijfsvergunning

Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag bij besluit van 24 april 2023 kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 lid 1 en Pro artikel 30b lid 1 onder a van de Vreemdelingenwet 2000.

Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 16 mei 2023 samen met een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting waren de gemachtigden van beide partijen en een tolk aanwezig.

De voorzieningenrechter oordeelde dat nu op het beroep zelf reeds uitspraak was gedaan in een aanverwante zaak, een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier F. Aissa en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.

Uitspraak

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12844

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum]
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop
Bij besluit van 24 april 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met zaaknummer NL23.12843, op 16 mei 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. Tevens was een tolk aanwezig.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.12843, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.