ECLI:NL:RBDHA:2023:18777
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, van Burundese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 maart 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vreemdelingenwet 2000.
Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 1 juni 2023 in een zitting waar ook de gemachtigden en een tolk aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL23.9117) inmiddels was behandeld en uitspraak was gedaan. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.