ECLI:NL:RBDHA:2023:18767
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een Iraanse derdelander, had een beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij haar recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 werd beëindigd per 4 september 2023.
De voorzieningenrechter behandelde op 21 november 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig met het hoofdberoep. Verzoekster en haar gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De rechtbank heeft op 4 december 2023 uitspraak gedaan op het hoofdberoep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en griffier D.G. van den Berg en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en een voorlopige voorziening niet langer nodig is.