ECLI:NL:RBDHA:2023:18767

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
NL23.29388
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander

Verzoekster, een Iraanse derdelander, had een beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij haar recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 werd beëindigd per 4 september 2023.

De voorzieningenrechter behandelde op 21 november 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig met het hoofdberoep. Verzoekster en haar gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.

De rechtbank heeft op 4 december 2023 uitspraak gedaan op het hoofdberoep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en griffier D.G. van den Berg en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en een voorlopige voorziening niet langer nodig is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29388

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], van Iraanse nationaliteit, verzoekster

V-nummer: [v-numm]
(gemachtigde: mr. A. Jhingoer),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Procesverloop

Bij besluit van 30 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoekster medegedeeld dat haar recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) [1] en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit) [2] , eindigt op 4 september 2023.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek op 21 november 2023 op zitting behandeld samen met het beroep (NL23.29387). Aan de zitting heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Verzoekster en haar gemachtigde hebben vooraf laten weten niet aanwezig te zullen zijn.

Overwegingen

De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep (NL23.29387). Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55/EG betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
2.Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Pro de Richtlijn, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan.