ECLI:NL:RBDHA:2023:18763
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een persoon van Nigeriaanse nationaliteit, had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar recht op tijdelijke bescherming eindigde per 4 september 2023. Dit recht was gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 21 november 2023 behandeld, waarbij de gemachtigde van verweerder aanwezig was, maar verzoekster en haar gemachtigde niet. Vervolgens heeft de rechtbank op 4 december 2023 uitspraak gedaan in de hoofdzaak (NL23.29373), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, en de uitspraak is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
De zaak betreft de toepassing van de Europese richtlijn en het uitvoeringsbesluit met betrekking tot tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne, waarbij de beëindiging van het recht op bescherming centraal stond.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.