Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan om uitstel van vertrek uit Nederland op grond van medische redenen, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Verzoeker stelde dat hij niet voldoende middelen had om het griffierecht te betalen en vroeg om vrijstelling hiervan. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gehonoreerd en vastgesteld dat verzoeker niet in staat is het griffierecht te voldoen.
Op 24 oktober 2023 vond de zitting plaats waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk als de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig waren. Inmiddels heeft de rechtbank op 27 november 2023 uitspraak gedaan in het hoofdberoep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, maar veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten van € 837,-. Er zijn geen verdere kosten vastgesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. Spelt en griffier E. Kersten en is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,-.