ECLI:NL:RBDHA:2023:18614
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens weigering aanvullende stukken
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een civiele zaak over executoriaal derdenbeslag door de Belastingdienst. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was omdat zij geen aanvullende stukken mocht indienen die zouden aantonen dat de schuld was afgelost.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Een beslissing over het toelaten van aanvullende stukken is echter een procedurele beslissing en kan niet als grond voor wraking dienen. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel en de wrakingskamer mag niet oordelen over de juistheid van tussenbeslissingen.
Omdat het verzoek ongegrond was, vond geen mondelinge behandeling plaats. De wrakingskamer wees het verzoek af, bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet en bepaalde dat de beslissing aan alle betrokken partijen wordt toegezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat de weigering tot het indienen van aanvullende stukken geen grond voor wraking is.