ECLI:NL:RBDHA:2023:18560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om overdracht aan Duitsland te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening buiten zitting beoordeeld en geoordeeld dat aangezien het beroep inmiddels is behandeld en beslist, de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is beslist.