ECLI:NL:RBDHA:2023:18559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser wel degelijk als asielzoeker in Duitsland is geregistreerd in het Eurodac-systeem, ondanks zijn stelling dat hij daar geen asiel heeft aangevraagd. De claimacceptatie door Duitsland bevestigt dit.
Eiser voerde bijzondere individuele omstandigheden aan, zoals de gang van zaken bij het afnemen van vingerafdrukken in Duitsland, zijn intentie om niet in Duitsland asiel aan te vragen, het langdurige verblijf in Nederland en familiebanden in Nederland. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet voldoende waren om de verantwoordelijkheid van Duitsland te negeren.
De rechtbank benadrukte de ruime beoordelingsbevoegdheid van de staatssecretaris bij toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening en concludeerde dat deze zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.