ECLI:NL:RBDHA:2023:18551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Kameroense vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 18 augustus 2023, waarin het recht op tijdelijke bescherming eindigde per 4 september 2023. De eiser had het beroepschrift pas op 4 oktober 2023 ingediend, terwijl de wettelijke termijn liep tot en met 15 september 2023.
De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift buiten de termijn was ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De verdediging stelde dat de taalbarrière, het ontbreken van een gemachtigde in de beroepstermijn en late dossierverstrekking door de staatssecretaris de overschrijding rechtvaardigden. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat de taalbarrière voor rekening en risico van eiser kwam en dat hij tijdig beroep had kunnen instellen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en de tijdelijke bescherming van eiser eindigt. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt op 1 december 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden, waardoor het besluit tot beëindiging tijdelijke bescherming in stand blijft.