ECLI:NL:RBDHA:2023:18505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-inhandelingneming asielaanvraag
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld, gericht tegen het besluit van 27 juni 2023 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit hield in dat de asielaanvraag van verzoeker, ingediend op 24 maart 2023, niet in behandeling werd genomen.
De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. Tevens is op dezelfde dag een uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.18671), waardoor het verzoek om voorlopige voorziening overbodig werd. Om die reden is het verzoek afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft tevens bepaald dat de staatssecretaris niet gehouden is tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.