ECLI:NL:RBDHA:2023:18503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij heroverweging asielaanvraag en ingangsdatum verblijfsvergunning
Eiseres diende in 2013 een asielaanvraag in die werd afgewezen. In 2021 diende zij een nieuwe aanvraag in die in 2023 werd ingewilligd met ingang van de datum van de nieuwe aanvraag. Eiseres verzocht om terugwerkende kracht tot 2013, wat werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde of de staatssecretaris het verzoek tot heroverweging terecht heeft afgewezen.
Eiseres overhandigde twee verificatierapporten ter onderbouwing van haar asielrelaas, waaronder een over gedwongen huwelijk en een over de verblijfplaats van haar familie. De staatssecretaris wees het verzoek af vanwege onvoldoende betrouwbaarheid en objectiviteit van de rapporten. De rechtbank oordeelde dat het eerste rapport terecht minder waarde kreeg vanwege gebrek aan transparantie en verantwoording.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris het tweede rapport ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten, terwijl dit rapport relevant is voor de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek. De rechtbank gaf de staatssecretaris vier weken om dit gebrek te herstellen en stelde eiseres in de gelegenheid om daarop te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank constateert een motiveringsgebrek en geeft de staatssecretaris vier weken om dit te herstellen, waarna eiseres kan reageren.