Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de staatssecretaris zich zou onthouden van uitvoeringshandelingen totdat het beroep inhoudelijk was beoordeeld.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en stelde vast dat het samenhangende beroep ongegrond was verklaard. Tevens was bekend dat verzoeker een asielaanvraag had ingediend en de behandeling daarvan in Nederland mocht afwachten. Onder deze omstandigheden was een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet. De zaak betreft de toepassing van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is afgewezen.