ECLI:NL:RBDHA:2023:18421

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
NL23.32489
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na besluit op bezwaar

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een visum voor kort verblijf. Nadat verweerder alsnog een besluit op het bezwaar heeft genomen, heeft eiser geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hierop te reageren. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht is ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen door verweerder en de geldige ingebrekestelling. Echter, omdat inmiddels een besluit is genomen, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, vanwege de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na het alsnog genomen besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.32489

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. H.Q. van der Zaan).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van zijn aanvraag om afgifte van een visum voor kort verblijf.
Bij besluit van 26 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Eiser is in de gelegenheid gesteld binnen twee weken te reageren op het alsnog genomen besluit. Hiervan heeft eiser geen gebruik gemaakt. Hieruit leidt de rechtbank af dat eiser het beroep tegen het niet-tijdig beslissen handhaaft.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het beroep is slechts gericht tegen het niet-tijdig beslissen op het bezwaarschrift van eiser, nu eiser niet heeft gereageerd op het alsnog genomen besluit. Omdat er inmiddels is beslist, is er geen procesbelang meer. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep wel terecht is ingesteld, omdat verweerder niet binnen de beslistermijn een besluit op het bezwaar kenbaar heeft gemaakt en de ingebrekestelling geldig is. De rechtbank zal verweerder daarom veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb [2] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent)
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.