De rechtbank Den Haag heeft zeven verdachten veroordeeld voor hun aandeel in het plaatsen en beheren van illegale gokzuilen in horecagelegenheden en winkels, die in de periode april 2017 tot april 2018 in onder meer Den Haag werden geëxploiteerd. De rechtbank oordeelt dat de verdachten samen een criminele organisatie vormden die substantiële winsten behaalde met deze illegale gokactiviteiten.
Tijdens de terechtzittingen in november 2023 heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van de officier van justitie en de verdediging. De ontnemingsvordering van de officier van justitie werd gesteld op €1.510.708,57 en later bij repliek gewijzigd naar €1.361.227,91. De verdediging stelde een lager bedrag van €209.090,38 voor. De rechtbank baseert haar schatting op een gedetailleerde berekening van de exploitatieperiode, het aantal gokzuilen, de gemiddelde opbrengst per dag en de gemaakte kosten.
De rechtbank concludeert dat het bruto wederrechtelijk verkregen voordeel van de criminele organisatie €4.539.652,90 bedroeg, verminderd met kosten voor goklicenties, hardware en personeel van in totaal €453.969,17. Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarmee vastgesteld op €4.085.683,73. Dit bedrag wordt gelijk verdeeld over drie leiders van de organisatie, waaronder de veroordeelde, wat resulteert in een bedrag van circa €1.361.894,58 per persoon.
De rechtbank wijst de voorwaardelijke verzoeken van de verdediging tot het horen van getuigen af wegens onvoldoende onderbouwing. Bij de vaststelling van de betalingsverplichting wordt rekening gehouden met een reeds verbeurd verklaard bedrag van €5.300,- en een geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de betalingsverplichting wordt vastgesteld op €1.356.594,58. De ontnemingsmaatregel wordt opgelegd op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.