ECLI:NL:RBDHA:2023:18362
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken concrete aanwijzingen vooringenomenheid rechter
Verzoeker diende een omvangrijk wrakingsverzoek in tegen mr. N.F.H. van Eijk, rechter in de rechtbank Den Haag, in een civiele procedure tegen de Staat der Nederlanden. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter, gebaseerd op beschuldigingen van corruptie, ambtsmisdrijven en schendingen van grondrechten door de rechtspraak en betrokken bestuurders.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het dossier van de hoofdzaak en het wrakingsverzoek zelf. Volgens de wet kan een rechter alleen gewraakt worden bij concrete feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het verzoek ontbrak aan dergelijke concrete feiten en omstandigheden.
De wrakingskamer besloot het verzoek af te wijzen zonder mondelinge behandeling, omdat het verzoek duidelijk ongegrond was. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.