ECLI:NL:RBDHA:2023:18309
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak en wrakingsverbod opgelegd
Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de wrakingskamer en de griffier, nadat de wrakingskamer reeds een einduitspraak had gedaan. De rechtbank heeft dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de wet geen wraking na einduitspraak toestaat en omdat het verzoek geen feiten bevatte die wijzen op vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarnaast werd het verzoek tot wraking van de griffier, de rechtbank en de rechtspraak eveneens niet-ontvankelijk verklaard, omdat op grond van artikel 36 Rv Pro alleen individuele rechters kunnen worden gewraakt. De rechtbank zag geen aanleiding tot mondelinge behandeling van het verzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoekster het wrakingsmiddel misbruikte om de voortgang van de procedure te frustreren en legde daarom een wrakingsverbod op voor toekomstige verzoeken in deze zaak. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek na einduitspraak niet-ontvankelijk verklaard en wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van recht.