ECLI:NL:RBDHA:2023:18308
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak en wrakingsverbod opgelegd
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de wrakingskamer, nadat deze reeds een einduitspraak hadden gedaan. Tevens werd een wraking van de griffier, de rechtbank en de rechtspraak gevraagd. De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen individuele rechters en niet tegen griffier of de rechtbank als geheel.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, voorziet de wet niet in ontvankelijkheid. Daarnaast ontbraken feitelijke gronden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De wrakingskamer constateerde dat verzoeker reeds twee niet-gehonoreerde wrakingsverzoeken had ingediend zonder feitelijke onderbouwing, wat leidde tot onredelijke vertraging van de procedure. Dit werd aangemerkt als misbruik van het wrakingsmiddel, waarna een wrakingsverbod werd opgelegd. De procedure wordt voortgezet in de stand van het moment van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van recht.