ECLI:NL:RBDHA:2023:18299
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Polen volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en daarnaast een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 31 oktober 2023 behandeld.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.31804) op dezelfde dag als deze uitspraak, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.