ECLI:NL:RBDHA:2023:18190
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar na deelname demonstraties in Egypte
Eiser, van Egyptische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege deelname aan pro-Morsi demonstraties en de vrees voor vervolging bij terugkeer naar Egypte. De staatssecretaris wees de aanvraag af, stellende dat eiser slechts een gewone demonstrant was zonder registratie of contact met autoriteiten en dat zijn politieke activiteiten niet onder significante kritiek vielen.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij door zijn demonstratiedeelname in de negatieve aandacht van de autoriteiten is gekomen. Ook de beweringen over ziekenhuisregistratie, bezoeken van veiligheidsdiensten aan zijn familie, en zijn activiteiten op Facebook werden niet geloofwaardig geacht of onvoldoende onderbouwd.
Verder werd het betoog van eiser over zijn detentie in Jordanië en de aard van zijn Facebook-activiteiten niet gevolgd, mede omdat de verklaringen inconsistent waren en er geen bewijs was van significante kritiek. De rechtbank bevestigde dat eiser niet tot een risicogroep behoort zoals genoemd in de Vreemdelingencirculaire 2000.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier M.A. Buikema.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.