ECLI:NL:RBDHA:2023:18189
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening na afhandeling bezwaar verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit. De staatssecretaris heeft op 14 februari 2023 op het bezwaar beslist. Verzoeker vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de wettelijke termijn, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.