ECLI:NL:RBDHA:2023:18152
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en lopende Dublin-overdrachtstermijn
Eiser diende op 21 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na het niet tijdig beslissen stelde eiser de staatssecretaris op 23 juni 2022 in gebreke en startte op 18 juli 2023 een beroep tegen het uitblijven van een besluit. De staatssecretaris verweerde zich met het argument dat de wettelijke beslistermijn nog niet was aangevangen omdat de overdrachtstermijn aan Italië op grond van de Dublinverordening nog niet was verstreken.
De rechtbank overwoog dat Nederland op 2 augustus 2022 een verzoek tot terugname van eiser aan Italië had gedaan en dat Italië niet binnen twee maanden had gereageerd, waardoor Italië verantwoordelijk werd geacht. De asielaanvraag werd op 19 januari 2023 niet in behandeling genomen, waartegen eiser beroep instelde en voorlopige voorzieningen werden getroffen. Na intrekking van het hoger beroep op 17 mei 2023 begon de zesmaandentermijn voor overdracht aan Italië te lopen, die eindigt op 17 november 2023.
Omdat de ingebrekestelling van 23 juni 2022 werd verstuurd vóór het moment waarop Nederland verantwoordelijk werd geacht en vóór het begin van de beslistermijn, was deze prematuur. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling en een nog lopende overdrachtstermijn op grond van de Dublinverordening.