ECLI:NL:RBDHA:2023:18149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit staatssecretaris
Verzoeker, van Georgische nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een uitzettingsbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de uitzetting op te schorten totdat op het beroep in de hoofdzaak is beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen. Echter, aangezien het hoofdberoep bij uitspraak van dezelfde dag ongegrond is verklaard, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting is afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.