ECLI:NL:RBDHA:2023:18130
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele zaak BKR-registratie
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele procedure waarin hij schadevergoeding vordert van Rabobank wegens een vermeende onterechte BKR-registratie uit 2013. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was door een gebrek aan kritische vraagstelling en het niet toestaan van pleidooi.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van het proces-verbaal, schriftelijke reacties en de mondelinge behandeling. De kamer overwoog dat het aan de rechter is om te bepalen welke vragen worden gesteld en dat het stellen van meer vragen aan de verzoeker geen aanwijzing is voor partijdigheid.
Verder vond de kamer geen aanwijzingen dat verzoeker onvoldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunten naar voren te brengen. Ook het niet toestaan van pleidooi en het ontbreken van een extra schriftelijke ronde leiden niet tot de schijn van vooringenomenheid.
Gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid, werd het wrakingsverzoek afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van de schijn van partijdigheid.