ECLI:NL:RBDHA:2023:18092
Rechtbank Den Haag
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek digitale verstrekking strafdossier aan gedetineerde verdachte
De raadsman van de verdachte verzocht de rechter-commissaris om de officier van justitie te gelasten het strafdossier digitaal aan de gedetineerde verdachte te verstrekken via een USB-stick. Het Openbaar Ministerie hanteert een richtlijn waarbij digitale verstrekking pas plaatsvindt bij een dossier van minimaal vijf ordners, een criterium dat in deze zaak niet werd gehaald.
De rechter-commissaris beoordeelde het verzoek aan de hand van de artikelen over kennisneming van processtukken in Titel IIA van Boek 1 van het Wetboek van Strafvordering. Hoewel het verzoek niet onder een regiewens of onderzoekshandeling valt, werd het verzoek analoog aan artikel 32, vierde lid, Sv ontvangen en beoordeeld. De rechter-commissaris oordeelde dat het OM het criterium in redelijkheid kon toepassen en dat het verzoek daarom moest worden afgewezen.
Daarnaast merkte de rechter-commissaris op dat de verwijzing in de OM-uitgangspunten naar de rechtbank of rechter-commissaris voor dergelijke verzoeken onjuist is, omdat het geen regiewens betreft. De processtukken waren reeds via de digitale portal aan de raadsman verstrekt, waarmee aan artikel 32 Sv Pro werd voldaan. De raadsman kan de stukken geprint aan de verdachte geven. De rechter-commissaris achtte het niet verstrekken van een digitale versie via USB-stick niet in strijd met artikel 6 EVRM Pro.
De beschikking werd gegeven te Den Haag op 20 november 2023 door rechter-commissaris J.E.M.G. van Wezel.
Uitkomst: Het verzoek om het strafdossier digitaal via USB-stick aan de gedetineerde verdachte te verstrekken is afgewezen.