Uitspraak
wonende te [woonplaats].
Rechtbank Den Haag
De schuldenaar is op 1 december 2021 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een looptijd tot 1 december 2024. De bewindvoerder verzocht op 28 september 2023 om tussentijdse beëindiging van de regeling vanwege het niet nakomen van informatie-, sollicitatie-, afdracht- en schuldenverplichtingen door de schuldenaar. De aanleiding was het achterhouden van informatie over een vaststellingsovereenkomst met de werkgever CTSN en het niet melden van het beëindigde dienstverband.
Tijdens de zitting op 9 november 2023 verklaarde de beschermingsbewindvoerder dat de schuldenaar door combinatie van parttime werk, opleiding, nachtdiensten en zorgtaken voor jonge kinderen in problemen was gekomen, wat leidde tot voortijdig einde van het dienstverband. De schuldenaar had uit angst voor beëindiging van de regeling niet tijdig geïnformeerd. Desondanks heeft de boedel geen nadeel ondervonden; het salaris is betaald tot september, daarna ontving de schuldenaar een WW-uitkering en is inmiddels weer aan het werk.
De rechtbank oordeelt dat de schuldenaar onhandig heeft gehandeld en tekort is geschoten in zijn informatieplicht, maar dat de uitleg voldoende aannemelijk is. Het belang van schuldeisers is niet geschaad en de schuldenaar zet zich in om aan zijn verplichtingen te voldoen. De rechtbank wijst het verzoek tot tussentijdse beëindiging af en laat de afwikkeling van eventuele nieuwe schulden en boedelachterstanden over aan de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.