ECLI:NL:RBDHA:2023:18032
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, was in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was.
Uit eerdere toetsing bleek de bewaring tot 23 augustus 2023 rechtmatig. De rechtbank onderzocht of het voortduren van de bewaring daarna nog rechtmatig was. Verweerder had de maatregel op 7 november 2023 opgeheven. Gedurende de periode was sprake van een lopende terugnameprocedure met Frankrijk, die uiteindelijk negatief werd beantwoord.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door herhaaldelijk contact te zoeken met Franse autoriteiten en vertrekgesprekken te voeren. De psychische toestand van eiser was bekend en hij werd in detentie extra begeleid, zonder dat detentieongeschiktheid was vastgesteld. Daarom was de bewaring niet onrechtmatig en werd het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.