ECLI:NL:RBDHA:2023:18026

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
NL23.36258
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Oostenrijk op grond van Dublinverordening

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg een voorlopige voorziening om overdracht aan Oostenrijk te voorkomen voordat het beroep is behandeld.

De voorzieningenrechter overwoog dat het recht van verzoeker om persoonlijk aanwezig te zijn bij de behandeling van het beroep en zich te kunnen uitspreken zwaarwegend is. Omdat op de zitting bleek dat een tolk Arabisch-Irakees of Arabisch-Syrisch ontbrak, werd de behandeling van het beroep aangehouden.

De voorzieningenrechter vond het belang van verzoeker om in Nederland te blijven groter dan het belang van de staatssecretaris om de overdracht spoedig te effectueren. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, met als gevolg dat de overdracht aan Oostenrijk wordt geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Oostenrijk wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36258

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).

Procesverloop

In het besluit van 24 oktober 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer NL23.33849.
Verzoeker heeft op 17 november 2023, voorafgaand aan de zitting over het beroep, een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting op het verzoek om voorlopige voorziening.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.
2. Verzoeker heeft een kennisgeving van Dienst Terugkeer en Vertrek van 10 november 2023 overgelegd waaruit blijkt dat hij op 20 november 2023 aan Oostenrijk zal worden overgedragen. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd ter voorkoming van overdracht aan Oostenrijk voordat zijn beroep is behandeld.
3. Het is een belangrijk recht van een vreemdeling om in persoon aanwezig te kunnen zijn bij de behandeling van het beroep tegen een overdrachtsbesluit en daar het woord te kunnen voeren. Verzoeker heeft op de zitting van 17 november 2023 ook toegelicht dat hij zijn beroep persoonlijk wenst toe te lichten. Ter zitting is gebleken dat daarvoor de bijstand van een tolk nodig is. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep op 17 november 2023 aangehouden omdat geen tolk Arabisch-Irakees of Arabisch-Syrisch beschikbaar was.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van verzoeker om zijn beroep in Nederland te mogen afwachten groter is dan het belang van verweerder om verzoeker op korte termijn te kunnen overdragen aan Oostenrijk. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk voordat de rechtbank op het beroep heeft beslist.
5. De voorzieningenrechter ziet in de toewijzing van het verzoek aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 837,00, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,00 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk totdat is beslist op het beroep;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00 (achthonderdzevenendertig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.