ECLI:NL:RBDHA:2023:18014
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de tijdelijke bescherming van een Oekraïense vreemdeling te beëindigen, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 november 2023 te Groningen, waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk als de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig waren. Op dezelfde dag als de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.26713) is door de rechtbank uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen moest worden. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en griffier M. Dijk en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.