ECLI:NL:RBDHA:2023:17958

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
NL23.26566
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming

Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zijn recht op tijdelijke bescherming eindigt per 4 september 2023. Dit besluit is gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 november 2023 tijdens een zitting te Groningen, waarbij zowel verzoeker als zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig waren. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer NL23.26565), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26566

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Procesverloop

1. Bij besluit van 22 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), eindigt op 4 september 2023.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 november 2023 op zitting behandeld samen met het beroep (NL23.26565). Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.26565, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.