ECLI:NL:RBDHA:2023:17904

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
NL23.23793
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning asiel

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 14 augustus 2023, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als ongegrond.

De rechtbank heeft eiser schriftelijk verzocht om uiterlijk 28 augustus 2023 aan te geven waarom hij het niet eens is met het besluit, oftewel om zijn beroepsgronden kenbaar te maken. Eiser heeft hier niet op gereageerd en heeft geen geldige reden gegeven voor het ontbreken van deze beroepsgronden.

Op de zitting van 3 oktober 2023, waar eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren, heeft de rechtbank het beroep behandeld en direct uitspraak gedaan. Gezien het ontbreken van beroepsgronden verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De rechtbank baseerde haar beslissing op artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat een beroepschrift gemotiveerd moet zijn. Het ontbreken van deze motivering zonder geldige reden leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.23793
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 14 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft op 28 september 2023 nog een stuk in het dossier geplaatst waaruit blijkt dat eiser sinds 19 september 2023 met onbekende bestemming is vertrokken.
De rechtbank heeft het beroep op 3 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Iemand die in beroep gaat moet uitleggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de
Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser op 21 augustus 2023 een brief gestuurd, waarin staat dat hij uiterlijk op 28 augustus 2023 moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit.
4. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief. Eiser heeft hiervoor geen geldige reden gegeven.
5. De rechtbank behandelt het beroep daarom niet inhoudelijk en verklaart het beroep niet- ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2023 door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
05 oktober 2023

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.