Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij,
gemachtigde: mr. M.A.R. Schuckink Kool (
toevoeging verleend onder kenmerk [nummer] ),
STICHTING HOF WONEN ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. M. Jansen.
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vordert eiser schorsing van de executie van een eerder vonnis waarin de huurovereenkomst tussen eiser en de rechtsvoorganger van Hof Wonen is ontbonden en ontruiming van de woning is bevolen. De ontruiming stond gepland op 16 januari 2023.
De kantonrechter stelt dat een veroordeling tijdens de looptijd van hoger beroep in principe uitvoerbaar moet zijn, tenzij bijzondere omstandigheden het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder doen wegen dan het belang van de wederpartij bij uitvoering. Hierbij blijft de kans van slagen van het hoger beroep buiten beschouwing.
De kantonrechter overweegt dat eiser in de bodemprocedure al verweer heeft gevoerd tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad, maar dat het belang van de verhuurder zwaarder weegt. Eiser heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen. De tekortkomingen van eiser als huurder en het belang van Hof Wonen om de woning aan een andere huurder te verhuren, wegen zwaarder dan het belang van eiser om in de woning te blijven. Daarom wordt de vordering tot schorsing afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen.