Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een aanvullend terugkeerbesluit en een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het aanvullend terugkeerbesluit van 29 september 2023 vult een eerder besluit van 23 februari 2021 aan, waarin eiser werd opgedragen Nederland te verlaten en terug te keren naar Marokko, zijn land van herkomst.
De rechtbank oordeelt dat het aanvullende terugkeerbesluit geen nieuwe rechtsgevolgen heeft en daarom niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen dit besluit.
Ten aanzien van de maatregel van vreemdelingenbewaring stelt de rechtbank vast dat de gronden onder 3a en 3c van het Vreemdelingenbesluit 2000 voldoende zijn gemotiveerd en feitelijk juist zijn. Er is een risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en niet zal meewerken aan zijn terugkeer. Medische bezwaren van eiser worden niet aannemelijk geacht om een lichter middel toe te passen. De rechtbank verklaart het beroep tegen de bewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit en wijst het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring ongegrond.