Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.4. De beslissing
- verzoeker;
- de officier van justitie;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een gedetineerde, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde. Het verzoek werd ingediend nadat de rechter op 28 december 2022 al een einduitspraak had gedaan in de strafzaak met parketnummer 09/241524-22.
Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat het vonnis niet op alle verweren was ingegaan en de verdediging niet serieus zou zijn genomen. De wrakingskamer oordeelde echter dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat een einduitspraak is gedaan, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.
Er werd geen mondelinge behandeling gehouden omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. De wrakingskamer besloot het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en de beslissing toe te zenden aan verzoeker, de officier van justitie en de rechter. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek na einduitspraak werd ingediend.