ECLI:NL:RBDHA:2023:17731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, diende op 30 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, mede omdat eiser op 1 september 2022 in Spanje was binnengekomen en daar vingerafdrukken waren afgenomen.
Eiser voerde aan dat hij nooit de intentie had om in Spanje asiel aan te vragen en dat hij bij terugkeer naar Spanje mishandeling en discriminatie door de politie zou ondervinden. Ook stelde hij dat de Spaanse asielprocedure en opvang tekortkomingen vertoonden, waardoor Nederland de aanvraag zelf had moeten behandelen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Spanje haar verplichtingen niet nakomt. De verklaringen van mishandeling en discriminatie leiden niet tot de conclusie dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.