ECLI:NL:RBDHA:2023:17699
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging recht
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. Op 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dit recht beëindigd per 4 september 2023. Verzoeker stelde beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 14 november 2023 te Groningen. Zowel verzoeker als verweerder waren vertegenwoordigd door gemachtigden. De rechtbank heeft het hoofdberoep op 17 november 2023 ongegrond verklaard en oordeelde dat er geen urgente omstandigheden waren om een voorlopige voorziening te treffen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en openbaar gemaakt. Er is geen hoger beroep of verzet mogelijk tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.