ECLI:NL:RBDHA:2023:17695
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoeker, van Keniaanse nationaliteit, had tijdelijk recht op bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. Op 29 augustus 2023 werd hem medegedeeld dat dit recht op tijdelijke bescherming zou eindigen per 4 september 2023. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 14 november 2023 te Groningen, waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na het onderzoek ter zitting werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat het samenhangende beroep reeds ongegrond was verklaard en er geen bijzondere omstandigheden waren die een voorlopige voorziening rechtvaardigden.
Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier mr. F. Aissa. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.