ECLI:NL:RBDHA:2023:17693
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, kreeg op 1 september 2023 bericht dat zijn recht op tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, zou eindigen per 4 september 2023. Tegen dit besluit stelde hij beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 14 november 2023 te Groningen, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het samenhangende beroep ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien om een voorlopige voorziening of ordemaatregel te treffen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open.
De zaak betreft de toepassing van Europese regelgeving inzake tijdelijke bescherming bij massale toestroom van ontheemden, specifiek de beëindiging van dat recht voor verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het beëindigen van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.