ECLI:NL:RBDHA:2023:17682

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
23_6259
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslagArt. 4:6 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:81 lid 1 Algemene wet bestuursrechtRichtlijn 87/344/EEG
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek niet-advocaat tot deelname Subsidieregeling rechtsbijstand kinderopvangtoeslag

Verzoeker, een niet-advocaat, heeft een aanvraag ingediend om deel te nemen aan de Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag. Deze aanvraag werd door het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand afgewezen omdat alleen advocaten kunnen deelnemen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en oordeelde dat er sprake was van een voldoende spoedeisend belang vanwege de mogelijke negatieve gevolgen voor slachtoffers van de toeslagenaffaire die verzoeker bijstaat. Desondanks kon de gevraagde voorziening niet worden toegewezen omdat de regeling ondubbelzinnig vereist dat deelnemers advocaten zijn.

Verzoeker stelde dat de regeling te strikt wordt toegepast en verwees naar politieke moties en richtlijnen, maar de voorzieningenrechter volgde dit niet. De procedure is niet bedoeld om de regeling aan te passen en het bezwaar maakt geen redelijke kans van slagen. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat alleen advocaten kunnen deelnemen aan de subsidieregeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6259

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 oktober 2023 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: F. Krougman),
en

het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Luursema).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag om als niet-advocaat deel te kunnen nemen aan de Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag (de Regeling).
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 28 augustus 2023 (het bestreden besluit) afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: Verzoeker en zijn gemachtigde, en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Waar gaat deze zaak over?
3. Een aanvraag van verzoeker om deel te kunnen nemen aan de Regeling is door verweerder op 12 april 2021 afgewezen omdat alleen advocaten kunnen deelnemen aan de Regeling en verzoeker dat niet is. [1] Eiser heeft nogmaals een aanvraag gedaan. Verweerder heeft die afgewezen bij het bestreden besluit [2] omdat zich volgens verweerder geen nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan. Verzoeker is nog steeds geen advocaat.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

4. Om een voorlopige voorziening te kunnen treffen moet er sprake zijn van onverwijlde spoed. [3] De spoedeisendheid van zijn verzoek is volgens verzoeker voornamelijk gelegen in de gevolgen die de afwijzing heeft voor slachtoffers van de toeslagenaffaire die verzoeker, soms al jarenlang, tot nog toe kosteloos (no cure/no pay) bijstaat. Als verzoeker niet kan deelnemen aan de Regeling zal hij zijn werkzaamheden met zijn onderneming [bedrijfsnaam] B.V. niet op dezelfde wijze kunnen voortzetten. De slachtoffers die hij bijstaat zullen daarvan uiteindelijk de dupe zijn. De voorzieningenrechter ziet hierin vooralsnog een voldoende spoedeisend belang.
5. Los van de beantwoording van de vraag of hier sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die maken dat verweerder al dan niet de aanvraag van verzoeker inhoudelijk had moeten behandelen, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de door verzoeker verlangde voorziening niet kan worden getroffen.
6. De voorzieningenrechter begrijpt verzoeker in die zin dat hij wil dat verweerder wordt opgedragen om hem te behandelen alsof hij aanspraak kan maken op de Regeling. Volgens verzoeker is de huidige manier waarop de Regeling wordt toegepast te eng. Dat enkel advocaten kunnen worden toegelaten zou een te rigide lezing zijn, wat onder meer zou blijken uit de aangenomen motie Grinwas/Arib [4] , een recente voortgangsrapportage over de hersteloperatie [5] en een Richtlijn met betrekking tot rechtsbijstandverzekering [6] . De voorzieningenrechter volgt verzoeker hierin niet. Naar voorlopig oordeel doet wat verzoeker aanvoert niet af aan de tekst van de Regeling. Daarin is duidelijk en ondubbelzinnig vermeld dat om in aanmerking te komen voor deelname iemand advocaat moet zijn. Verweerder heeft naar voren gebracht dat de Regeling niet ten gunste van ondernemers is, maar voor gedupeerden van de kinderopvangtoeslag. Verzoeker beoogt met zijn aanvraag en bezwaar in wezen dat de Regeling wordt aangepast. Daarvoor zijn die procedures niet bedoeld. Het bezwaar van verzoeker maakt geen redelijke kans van slagen. Daarbij komt dat de gevraagde voorziening is gericht op een onomkeerbaar resultaat. Daarvoor is de voorlopige voorzieningenprocedure niet bedoeld.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
8. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
24 oktober 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag
2.Onder verwijzing naar artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.
4.Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen (15e) mei – augustus 2023, van 28 september 2023.
5.Kamerstukken II, 2022/23, 36 151, nr. 27.
6.Richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering.