Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoekster;
- de wederpartij in de hoofdzaak (de Minister van Cultuur, Onderwijs en Wetenschap);
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak waarin zij beroep had ingesteld tegen een uitspraak van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het verzoek was gebaseerd op het niet ontvangen van een reactie op een uitstelverzoek en vermeende vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer overwoog dat het niet reageren op een uitstelverzoek geen grond is voor wraking en dat een beslissing op een uitstelverzoek een procedurele beslissing betreft die geen wrakingsgrond kan vormen. Daarnaast waren de overige stellingen onvoldoende concreet om het vermoeden van onpartijdigheid te weerleggen.
De wrakingskamer constateerde dat verzoekster eerder al meerdere wrakingsverzoeken had ingediend die als misbruik van het wrakingsmiddel waren aangemerkt en dat ook dit verzoek werd gebruikt om uitstel te verkrijgen. Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd voor verdere verzoeken in deze zaak.
De wrakingskamer wees het verzoek af, bepaalde dat de procedure wordt voortgezet zoals die was en dat geen nieuw wrakingsverzoek in behandeling wordt genomen. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 9 februari 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek in deze zaak wordt niet in behandeling genomen.