ECLI:NL:RBDHA:2023:17488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet betaalde leges bij aanvraag verblijfsvergunning langdurig ingezetene
Eiser heeft op 18 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene derdelander, maar de vereiste leges zijn niet voldaan. Verweerder heeft daarom de aanvraag buiten behandeling gesteld op 4 maart 2022. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde verweerder in gebreke wegens niet tijdig beslissen. Bij besluit van 18 april 2023 verklaarde verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat uit het dossier blijkt dat alleen de leges voor een eerdere aanvraag van 21 december 2021 voor verblijf als familie- of gezinslid zijn betaald, maar niet de leges voor de aanvraag van 18 januari 2022. Volgens artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is betaling van leges vereist om een aanvraag in behandeling te nemen. Omdat eiser de leges niet heeft voldaan, was het buiten behandeling stellen van de aanvraag terecht en het bezwaar terecht kennelijk ongegrond.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder eiser niet hoefde te horen tijdens de bezwaarprocedure, omdat vaststond dat de leges niet betaald waren, en dat er geen dwangsom verschuldigd was voor het niet tijdig beslissen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard omdat de leges niet zijn betaald en de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld.