ECLI:NL:RBDHA:2023:17440
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op tijdelijke bescherming vanwege dubbele nationaliteit en Unieburgerschap
Eiser, met zowel Oekraïense als Roemeense nationaliteit, kreeg op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming tijdelijke bescherming in Nederland toegekend na zijn aankomst in 2022. Verweerder beëindigde dit recht per 30 augustus 2023 omdat eiser als Unieburger niet onder de Richtlijn valt. Eiser voerde aan dat hij niet als Unieburger moet worden beschouwd, niet naar Roemenië kan terugkeren vanwege taal- en leefomstandigheden en medische problemen.
De rechtbank oordeelt dat de beëindiging terecht is omdat de Richtlijn niet van toepassing is op Unieburgers. De eerdere toekenning was een spoedmaatregel gezien de situatie in Oekraïne, maar kon niet worden voortgezet. Er is onvoldoende bewijs dat terugkeer naar Roemenië onmogelijk is of dat het onevenredig bezwarend is. De medische problematiek is niet onderbouwd met stukken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst ook het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het recht op tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.