ECLI:NL:RBDHA:2023:17438
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit na mondelinge uitspraak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat verzoeker geen rechtmatig verblijf als Unieburger in Nederland heeft. Het primaire besluit dateert van 13 december 2022 en het bezwaarbesluit van 14 april 2023 handhaafde dit oordeel.
Tegelijk met het beroep tegen het bezwaarbesluit heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, conform artikel 8:83, derde lid, Awb.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat op 11 oktober 2023 reeds mondeling uitspraak is gedaan in het hoofdberoep, waardoor de vereiste connexiteit tussen de voorlopige voorziening en het bodemgeschil ontbreekt, zoals vereist in artikel 8:81 Awb Pro. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor verzet of hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit na mondelinge uitspraak in het hoofdberoep.